|
Om kwart over zes staat Gert-Jan al met een thermosbeker koffie op de smalle dam tussen twee slagen. Achter hem liggen rijen containers met taxus en hortensia, voor hem een sloot met bruin veenwater. Samen met zijn broer runt hij een kwekerij aan de Reijerskoop in Boskoop, op dezelfde lange, smalle kavels waar zijn vader al werkte. “Als het in juni een week droog is, draaien die pompen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat,” zegt hij. “Dan merk je pas hoe afhankelijk je bent van een paar elektromotoren.” Water uit de sloot, stroom uit een grijze kastHet systeem is eenvoudig en tegelijk kwetsbaar. Uit de sloot wordt water opgepompt naar de beregening boven de containervelden. De pompen hangen aan buitenkasten die verspreid over het perceel op palen staan, sommige tientallen meters van de schuur. Daarin zitten de schakelaars, de motorbeveiliging en een tijdklok. “Het zijn eigenlijk kleine groepenkasten midden in een nat weiland,” zegt Gert-Jan. “Ze staan het hele jaar in de regen, de mist en de wind die over de Gouwe komt.” Twee zomers geleden ging het mis. Na een flinke onweersbui sprong op een zaterdagmiddag de aardlekschakelaar in de schuur eruit, en hij bleef eruit springen. Drie velden kregen geen water, terwijl het de volgende dag dertig graden zou worden. “Ik heb alles geprobeerd wat ik kon, en dat was eerlijk gezegd alleen die schakelaar weer omzetten.” Zelf in de kasten rommelen doet hij niet. “Op die pompmotoren staat 400 volt. Daar blijf ik vanaf.” Wat er in die ene kast gebeurdeHij belde Elektricien Boskoop, die dezelfde middag kwam en de kasten één voor één doormat. Het probleem zat in de verste kast, bij de achterste sloot. De kabelinvoer aan de onderkant was in de loop der jaren losgeraakt, waardoor vocht en condens naar binnen trokken. Op de aansluitklemmen van de pomp zat een groene aanslag en de isolatie van de kabel was achteruitgegaan. Bij elke bui ontstond er net genoeg lekstroom om de aardlek te laten reageren. “Achteraf logisch, maar je ziet het niet als je alleen even het deurtje opentrekt.” Diezelfde avond draaide de pomp weer, met een tijdelijke oplossing. Een week later werd de kast vervangen door een exemplaar met een hogere IP-klasse, goede wartels voor de kabels en een klein verwarmingselement tegen condens. Ook de andere kasten werden nagelopen. Twee ervan stonden zo laag dat er bij een stortbui modder tegen de onderkant spatte. Die hangen nu een flink stuk hoger aan hun paal. Onderhoud in februari, niet in juniSindsdien heeft Gert-Jan een vaste afspraak met zichzelf. In januari of februari, als het rustig is op de kwekerij en de beregening stilstaat, laat hij de buiteninstallatie controleren. Dan wordt er gemeten, worden klemmen nagetrokken en kijkt Elektricien Boskoop of de motorbeveiligingen nog passen bij de pompen die er nu hangen. “In de winter kost een storing me een kop koffie. In juni kost het me een veld planten, of een klant die zijn bestelling niet op tijd krijgt.” Hij heeft ook zelf wat aangepast. In de schuur staat een reservepomp, en zijn broer en de seizoenskrachten weten welke kast bij welk veld hoort, zodat ze bij een storing precies kunnen doorgeven waar het misgaat. Na elke zware storm loopt hij een rondje langs de palen om te zien of er een deurtje openstaat of iets scheef is gezakt. “Boskoop staat op veen. Alles zakt hier, ook een paal met een elektrakast eraan.” Om half zeven slaan de eerste sproeiers aan. Een zacht gesis over de containers, verder niets. Gert-Jan kijkt er even naar en drinkt zijn koffie op. “Zo hoort het,” zegt hij. “Als ik er niet aan hoef te denken, gaat het goed.” |




